Stikstofprobleem of waardevolle meststof

Stikstofprobleem

Stikstof is een waardevolle meststof, maar wordt tegenwoordig als een probleem ervaren. Dit heeft voornamelijk te maken met het negatieve effect in natuurgebieden. Uit onderzoek van de Raad van State bleek dat de hoeveelheid stikstof sinds 2015 in beschermde natuurgebieden nauwelijks is afgenomen. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) werkte niet voldoende. De conclusie was simpel: de Nederlandse stikstofaanpak was onvoldoende en moest worden aangepast.

 

Vervuiling

Stikstof is voornamelijk een probleem omdat het voor vermesting zorgt. Dit tast de biodiversiteit in natuurgebieden aan. Stikstof vormt twee stoffen die schadelijk zijn voor het milieu: ammoniak en stikstofoxiden. Te veel ammoniak in de bodem zorgt voor verzuring en te veel stikstofoxiden in de lucht kan zorgen voor smog en de vorming van fijnstof. Deze laatste twee vormen van luchtvervuiling zijn direct schadelijk voor mensen. Zo kunnen mensen last krijgen van hun luchtwegen of sneller ziek worden. Fijnstof is niet alleen schadelijk voor de longen, maar kan ook leiden tot hart- en vaatziekten. 


Aantasting biodiversiteit

Dat stikstof de biodiversiteit aantast leidt soms tot verwarring. Planten hebben namelijk stikstof nodig om te kunnen groeien. Maar een overschot aan stikstof zorgt er voor dat bepaalde planten extreem gaan groeien. Deze gewassen zijn stikstofhoudende gewassen, zoals gras of brandnetels. Omdat deze planten uitstekend tegen stikstof kunnen, groeien zij zo hard dat andere planten geen kans meer krijgen. Dit heeft ook gevolgen voor dieren die afhankelijk zijn van deze planten: insecten en vlinders verdwijnen samen met bijvoorbeeld de heide. Ook voor waterplanten en vissen geldt dat een teveel aan stikstof leidt tot een daling in de biodiversiteit. Algen zijn namelijk ook stikstofhoudende planten. Wanneer er teveel algen in het water groeien, neemt de hoeveelheid zuurstof af. 

 

Stikstofuitstoot
Om een teveel aan stikstof in de natuur tegen te gaan, zijn er in het verleden al stappen gezet. Tussen 1990 en 2010 is er beleid opgesteld waardoor de stikstofemissie aanzienlijk is gedaald. Maar uit onderzoek van het RIVM blijkt dat na 2010 deze daling stagneert. Het beleid dat vroeger is opgesteld, is tegenwoordig niet meer toereikend. Wanneer we in Europese context naar dit probleem kijken, wordt duidelijk dat er echt iets moet veranderen aan ons stikstofbeleid. De Nederlandse stikstofuitstoot is de hoogste in Europa. Per hectare stoten we ongeveer vier keer zo veel stikstof uit als het Europese gemiddelde. Ons stikstofprobleem is echter niet alleen een Nederlands probleem. Omdat stikstof in de lucht terecht komt, is Nederland een ‘exporteur’ van stikstofuitstoot geworden. Volgens het RIVM waait het overgrote deel van onze vervuiling naar het buitenland. 


Het RIVM laat ook zien dat de Nederlandse landbouw het grootste aandeel heeft in de stikstofemissie. 60 procent van de binnenlandse productie van stikstof komt voort vanuit de landbouw. Wanneer er wordt gekeken naar de totale stikstofemissie in Nederland neemt de landbouw nog steeds 40 procent voor zijn rekening. Ter vergelijking, het Nederlandse autoverkeer is goed voor 15 procent van de uitstoot. 
De emissie van de Nederlandse landbouw bestaat uit voor het overgrote deel uit ammoniak. Ammoniak ontstaat namelijk wanneer de urine en de mest van staldieren bij elkaar komt. Zo zorgt een enkele koe die op stal staat voor 11 kilogram ammoniak per jaar. Een koe die de wei in mag stoot 9,5 kilogram ammoniak per jaar uit.

 

Conclusie
Het stikstofprobleem bestaat dus uit een aantal onderdelen. De biodiversiteit in natuur- en watergebieden neemt af, mensen worden ziek door de luchtvervuiling en Nederland exporteert de vervuiling naar andere landen via de lucht. Tot slot blijkt dat de oude stikstofaanpak niet meer voldoende is. Uit de cijfers van het RIVM blijkt dat de landbouw de grootste producent van stikstof is, dus het is logisch dat het stikstofbeleid zich vooral op deze sector richt.

©2019 by Bio-NP